U woont (niet langer) samen

Woont u samen? Dan kan dat gevolgen hebben voor uw recht op bijstand en de hoogte van de bijstand. Ook stoppen met samenwonen kan gevolgen hebben voor de bijstand. Als u gaat samenwonen of stopt met samenwonen moet u dat melden aan de gemeente. 

Samenwonen

Woont u samen met een of meer personen, dan kan de gemeente u samen als gezinbeschouwen. Als u als een gezin beschouwd wordt, ontvangt u samen met alle gezinsleden één bijstandsuitkering voor het hele gezin. Een gezin kan de volgende samenstellingen hebben:

  • Twee gehuwden / samenwonenden
    U kunt ook als gehuwd aangemerkt als u samenwoont en met die persoon een gezamenlijke huishouding voert. Daarvoor is geen liefdesrelatie vereist. 
  • Twee gehuwden met hun minderjarige ten laste komende kinderen en meerderjarige  kinderen met hoofdverblijf in dezelfde woning
  • Een ongehuwde die samenwoont met zijn meerderjarige kind(eren) die hoofdverblijf hebben in dezelfde woning.

De volgende personen horen niet tot het gezin, zij worden als een alleenstaande gezien:

  • Een meerderjarig kind dat onderwijs volgt en recht heeft op studiefinanciering of WTOS en dat minder inkomen heeft dan € 1.059,49.
  • Een zorgbehoevende die een AWBZ-indicatie heeft van minimaal 10 uur per week. De zorgbehoevende ontvangt deze zorg van een inwonende ouder of een inwonend meerderjarig kind en ontvangt hiervoor geen persoonsgebonden budget of een andere vergoeding.
  • Andere inwonenden die geen echtgenoot, ouder of kind zijn.

Gevolgen samenwonen

Als u samenwoont, kan de gemeente u als gezin beschouwen. Dat houdt in dat alle gezinsleden moeten voldoen aan de voorwaarden voor het recht op bijstand. Er kan sprake zijn van de volgende situaties:

1. Alle gezinsleden hebben recht op bijstand U en degenen met wie u samenwoont hebben recht op een bijstandsuitkering voor een gezin als u samen aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering voldoet. Zie verder “Hoogte en betaling”. 
2. Een van de gezinsleden heeft geen recht op bijstand Degene die geen recht op bijstand heeft, wordt een niet-rechthebbend gezinslid genoemd. De overige gezinsleden hebben samen recht op een uitkering voor een gezin. Zie verder bij “U of een gezinslid heeft geen recht op bijstand
3. Niemand heeft recht op bijstand, behalve een persoon De persoon die overblijft kan recht hebben op een bijstandsuitkering voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Dat hangt af van de vraag of die ene persoon minderjarige kinderen heeft. 
4. Niemand heeft recht op bijstand 

Er wordt geen bijstand verstrekt aan het gezin. 


Stoppen met samenwonen

Wanneer u stopt met samenwonen kunt u in een situatie komen waarin u niet meer in uw levensonderhoud kunt voorzien. U heeft dan mogelijk recht op een bijstandsuitkering. Ontving u al bijstand? Dan kan stoppen met samenwonen de volgende gevolgen hebben voor uw bijstandsuitkering:

  1. U heeft geen recht meer op bijstand
    Als u stopt met samenwonen, kan het voorkomen dat u geen recht meer heeft op bijstand door de nieuwe leefsituatie. Een alleenstaande (ouder) krijgt een lagere uitkering dan een gezin. Als uw inkomsten hoger zijn dan de uitkering voor een alleenstaande of alleenstaande ouder, dan heeft u geen recht meer op bijstand.

    Voorbeeld:
    Anja vormt een gezin met haar partner Rob. Anja heeft een parttime baan waarmee zij € 900 per maand verdient. Rob heeft geen inkomen. Rob en Anja ontvangen samen aanvullende bijstand tot de norm voor een gezin. Als Anja alleen gaat wonen, wordt ze als een alleenstaande aangemerkt. Ze verdient meer dan de norm die voor een alleenstaande geldt en heeft dus geen recht meer op bijstand.
  2. U heeft te veel vermogen
    Een gezin mag samen maximaal € 11.370,00 aan vermogen bezitten. Dat bedrag geldt ook voor alleenstaande ouders. Wordt u na het stoppen met samenwonen aangemerkt als een alleenstaande? Dan mag u maximaal € 5.685,00 aan vermogen bezitten. Bezit u meer vermogen dan toegestaan als alleenstaande? Dan heeft u geen recht op bijstand meer. U zult eerst moeten interen op uw vermogen. De gemeente zal in sommige gevallen wachten met het vaststellen van uw vermogen totdat u en uw ex-gezinsleden het vermogen verdeeld hebben.
  3. De hoogte van de bijstand verandert
    Als u stopt met samenwonen, kan uw leefsituatie veranderen. Als u met uw partner een gezin vormde, kunt u na het stoppen met samenwonen gezien worden als een alleenstaande of alleenstaande ouder. Voor een alleenstaande of alleenstaande ouder gelden andere bijstandsnormen dan voor een gezin. De gemeente zal de hoogte van de bijstand aanpassen aan uw nieuwe leefsituatie.
Dit is een website van Schulinck in samenwerking met gemeenten.
© 2012, alle rechten voorbehouden

Hoofdnavigatie

Vlaardingen

(wijzigen)


Disclaimer

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die niet of onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteurs, de uitgever en de uitkeringsinstanties geen aansprakelijkheid.

zoeken

Servicemenu